English

  Hoofdpagina
  Het land Malawi
  Vrijwilligers gezocht 
  Nieuwsbrieven 
 
   Toekomst voor een kind
   Likoma
     Samalani weeshuis
     Madalitso
     Kondwani
     St Peters Hospital
  Projecten vasteland
     Mackenzie School (tot 2009)
     Baptist Clinic (tot 2009)
 
   Reisverslag 042015 Rita
  Reisverslag 092012 Nicole 
  Reisverslag 092012 Lien 
  Reisverslag 092012 Chris 
 
  Reisverslag 092011 
  Reisverslag 062011 
  Reisverslag 112010 
  Reisverslag 102009
  Reisverslag 072009
  Reisverslag 062009
  Reisverslag 032009
  Reisverslag 112008
  Reisverslag 052008
  Reisverslag 032008
  Reisverslag 112007
       Kanaal 50 - Film1 
       Kanaal 50 - Film2 
  Reisverslag 042007
  Reisverslag 092006
  Reisverslag 052006
  Reisverslag 092005
  Reisverslag 072005
  Reisverslag 042005
  Reisverslag 112004
 
  Uw ervaringen
  Voorbije Activiteiten
 





 

José, Frida, Lucy, Rita en Frank in Malawi

Op 2 april 2015 stonden we met ons vijven op de luchthaven van Zaventem om de verre trip naar Malawi aan te vangen. Frank en ik maakten de reis voor de tweede maal. Wij verheugden ons er op om onze twee adoptiedochtertjes terug te zien en om andere gekenden weer te ontmoeten. Na een lange vliegreis en een overtocht van het Malawimeer zetten we voet op ons geliefde eiland Likoma. De bewoners waren goed op de hoogte want aan het hek van de kleine luchthaven stonden de kinderen ons al toe te wuiven en onze namen te roepen. We werden verwelkomd door onze coördinator Mr. John Chirwa en nog enkele bekenden. Twee Antwerpse studentes die stage liepen in de schooltjes vergezelden het groepje.


Rita en adoptiekindje Suzan

 
Onze bagage werd overgeladen op een pick-up, waar ook José plaats in nam en vervoerde ze naar het Belgian House in Mbamba.  Omringd door de vele kids stapten we te voet naar ons vertrouwde huisje. Daar stond ook de rest van de vrienden, o.a. Nema, de huishoudster en Mattiya, onze nachtwaker. We kregen knuffels en de bijhorende “Muli Bwanji” en we voelden ons direct weer thuis. Veel tijd om te rusten was er niet; we moesten onze boodschappen doen om wat avondeten in huis te halen en de eerste spullen uitpakken om de nacht door te brengen. Na het avondeten viel alles stil en zochten we ons bedje op. Frank en ik hadden het nieuwe kamertje aan de andere kan van het terras gekregen. Twee jaar geleden had hij de aannemer geholpen om het te bezetten.

Frida met kinderen na een wandeling
 

Kleuterklasje van Samalani School
 
De nacht was, ondanks de warmte verkwikkend. De warmte word je gewoon, maar het gehuil en geblaf van de vele honden en het gekraai van de hanen, daar wen je niet aan. Wij konden beginnen aan plannen maken en bespreken wat we de komende maand moesten doen.
Frank ging het ganse projecthuisje onder handen nemen door de muren opnieuw te verven en ook het houtwerk een nieuw laagje te geven. Verder zorgde hij er voor dat we wat meer comfort hadden in het douchehokje en hield hij zich bezig met raad geven aan Andrew, de papa van Promise, die een nieuw dak ging leggen op zijn huisje. Het oude dak was helemaal vernield door de regen en stormen van afgelopen januari.
José, Lucy en ik gingen de eerste drie dagen naar het vasteland om de zaken te kopen die we nodig hadden en die op het eiland niet te krijgen waren. Dat dit niet echt een plezierreisje is, heb ik zelf nu ondervonden. Met een overvolle boot het meer oversteken, dan logeren in een lodge in Mzuzu en Nkhata Bay, twee havensteden, die druk en vuil zijn. De gekochte zaken werden per pick-up van de ene stad naar de andere haven gebracht. In de cabine was maar plaats voor twee personen, dus werden Lucy, John die ook mee was, en ik boven op de goederen in de laadbak gestapeld. We reden over zanderige wegen met veel putten; we moesten ons goed vasthouden om niet af de auto te vallen en een uur later hield ik er een pijnlijk achtwerk en verbrande armen aan over. Als al de goederen op de boot geladen waren, moesten we nog op zoek naar een slaapplaats voor de nacht. We kregen een kamertje voor drie personen, maar een ontbijt was er niet bij omdat de boot de volgende dag te vroeg zou vertrekken. De terugtocht verliep ook niet zo vlotjes. Het meer was zo wild dat de boot alle richtingen deinde. Zo erg, dat de poten van mijn en José haar plastiek stoeltje “Krak” zeiden en we kwamen alle twee op de grond terecht. Daar bleven we dan zitten, te zeeziek om op te staan. Wij waren zo blij als de boot aanmeerde op het eerst eiland Chizumulu om daar een aantal passagiers af te zetten. Ondertussen was de storm gaan liggen en konden we de rest van de vaart buiten in het zonnetje genieten. Wat waren we blij toen we Jalo in zicht kregen en we zelf terug aan land konden.
 

José met kleutertjes van Samalani School
 

Frank en Rita met adoptiekindje Astrid
 
Omdat het nog paasvakantie was, konden we niet direct aan de slag in de schooltjes, toch kregen we al volop bezoek van de bevolking. De tamtam doet hier prima zijn werk en iedereen weet: de “Azungu” zijn daar, dus er valt wat te krijgen. De eerste die we zagen was ons Astrid, een meisje dat we twee jaar geleden de naam van onze eigen kleindochter gegeven hadden bij de geboorte en die we later financieel geadopteerd hebben, omdat ze op de lijst van kwetsbare kinderen kwam te staan. Wat was dat kindje flink geworden. Toen ze ons zag, zette ze het op een wenen, het schatje had waarschijnlijk nog nooit een wit gezicht van zo dichtbij gezien. Het popje en het snoepje dat ze kreeg, nam de schrik al een beetje weg. De mama sukkelde met haar ogen en de zonnebril die we haar gaven bracht de eerste redding, zo kon ze weer normaal haar ogen open houden. We gaven haar wat Kwatcha’s om naar het ziekenhuis te gaan en een dokter te bezoeken.  Ok voor Frida, Lucy en José kwam er bezoek. De boys wisten dat Lucy een voetbal mee zou brengen en lieten dan ook niet na om aan het hek te bedelen tot ze de “football” kregen. Leuk is dat die jongens de discipline hebben om de bal na het spel terug te brengen, zodat ze er de volgende dag opnieuw kunnen mee spelen.
José hield zich vooral bezig met de administratieve en financiële kant van de zaken. Ze regelde alles met John en Emmanuel om het eten van het volgende trimester voor de drie kleuterschooltjes te berekenen en te bestellen.
Frida en ik gingen elke dag op bezoek in de materniteit om geschenkjes uit te delen voor de pasgeboren baby’tjes en hun kersverse mama’s. Soms waren er ook moeders die nog in arbeid waren. We wensten hen dan veel succes met de geboorte en een gezonde baby toe.
 

Mama met baby tijdens uitbetaling op school
 

Frank, Lucy, José, Rita en Frida: het Project Malawi team ter plaatse in april 2015
 

Frank en ik hadden een grote som gekregen van de leerlingen van het Sint-Teresiacollege in Eksaarde. Dat geld hadden ze bijeen gekregen door hen te laten sponsoren voor een wandeling of fietstocht. Daarmee hadden we op het vasteland “black sheets” gekocht. Dat zijn zwarte plastiek vellen die dienen om onder de bladeren of het gras van de huisjes te leggen om het binnen regenen te voorkomen.  John, die goed wist welke kant van het eiland het meest getroffen was door de storm, deelde briefjes uit met de datum op en de vermelding dat de mensen om een gratis vel plastiek konden komen aan het Belgian House in Mbamba. De dankbaarheid die de gezichten van die mensen uitstraalden, gaf een immens warm gevoel. Sommigen wisten niet hoe ze het moesten tonen.  Terwijl wij aan onze bezigheden waren, zorgde Nema voor een proper huis en bereidde ze voor ons eenvoudige maar lekker middageten. Ze probeerde wat afwisseling te brengen ondanks de beperkte keuze aan groenten. De ene dag aten we rijst met tomatensaus, de andere dag zette ze aardappelen op het menu. Soms kon ze een soort van groene bladeren kopen, die ze dan stoofde met wat tomaten en ajuin. José had mini kipsaté ‘s of balletjes meegebracht die dan ook aan de saus werden toegevoegd. Een paar keer hadden we ook vis, die we kregen als geschenkje van de mensen. Op onze vraag bakte Nema zelfs frietjes, iets wat wij als echte Belgen zeker op prijs stelden. Altijd smaakte onze maaltijd héérlijk, omdat ze met liefde voor ons klaargemaakt was. Als we Nema hiervoor een pluim gaven, lachte ze met gans haar gezicht en haar ogen straalden als parels.
Na de paasvakantie begonnen we aan het uitbetalen van de ouders of opvoeders van de gesponsorde kindjes. Hiervoor trokken we naar de schooltjes, waar de mensen om hun geld kwamen. Het eerste schooltje waar we naar toe gingen was Samalani. Bij onze aankomst stond al een hele groep vooral mama’s en oma’s te wachten onder een brandende zon. Een voor één kwamen de mensen binnen om hun centjes in ontvangst te nemen en het boek te onderteken. Het is jammer dat er nog jonge vrouwen zijn, die niet eens hun naam kunnen schrijven en de duim in de inkt moeten drukken om zo een handtekening te plaatsen. Sommige sponsorouders hadden een extra geschenkje voor hun kindje meegegeven en mochten in de namiddag naar het huisje komen om dat in ontvangst te nemen. Wij gaven dan soms nog een extra knuffeltje en een “sweetie” mee voor de kids of een extra kledingstuk voor de mama’s. Ik had juweeltjes gemaakt en deelde die ook uit en dan zag je die vrouwen hun gelukkige blik… dat doet deugd, dan weet je waarvoor je dat doet. Dat maakte ook mij een gelukkig mens.
Frank en ik hadden ook spulletjes mee voor onze kindjes en de kindjes van mijn broer en neef.  Na de uitbetaling in Kondwani school kwamen die kinderen met hun mama’s op bezoek om hun geschenkje in ontvangst te nemen. Het weerzien van Susan, ons oudste kindje, deed waterlanders ontstaan. Het meisje van 6 jaar herkende ons meteen en kwam spontaan op ons af om een knuffel te geven. Dat raakt je tot in je binnenste. Ook ons Astrid, nu 2 jaar, kwam met haar mama. Ze was niet meer zo bang, maar we moesten toch een beetje afstand houden. We beloofden aan de mama’s van de kindjes waar we nauw bij betrokken zijn, dat we ook nog eens op bezoek zouden komen, zo konden we de leefomstandigheden persoonlijk zien.
Het laatste schooltje dat we bezochten, was Madalitso. Het ligt op een redelijk verre afstand van Mbamba en het was toch een eind wandelen eer we er kwamen. Onderweg kwam ik een oud vrouwtje tegen dat echt héél arm was en om een stukje brood vroeg. Helaas had ik niets bij me en toen ik haar wat geld gaf om een scone te kopen, viel ze op haar knieën om me te bedanken. Zo iets doet je eens nadenken hoe goed wij het hebben en dat het de normaalste zaak is dat wij dagelijks onze boterham kunnen opeten.
Met het geld dat we van Sint Teresia gekregen hadden, kochten wij op het vasteland ook matten voor de klasjes. Daar konden de kleuters in de klasjes op zitten, anders gebeurde alles in het zand of op de blote vloer. De vrijwilligers van de schooltjes werden aangespoord om ze te komen halen en die kwam, mocht als eerste kledij kiezen uit de zakken die we voor hun klaargemaakt hadden.
We hadden van het vasteland ook nog 6 balen van elk 15kg met een verscheidenheid aan kledij meegebracht om die te verdelen onder de mensen op Likoma.
Lucy hield zich vooral bezig met de jongens en trok regelmatig met hen naar het strand om voetbal te spelen of ging lange einden wandelen. Onderweg kregen ze dan een snoepje, of kocht Lucy een zakje limonade of een banaantje. Waar je Lucy zag, waren de jongens en ze wisten wel waarom. Een paar keer wandelden Frank en ik mee en dat was best aangenaam. We babbelden de hele tijd en zo leerde ik als spelend aan de boys de Engelse woordjes voor de dingen die we onderweg tegenkwamen. Ik vroeg de jongens die de voorwerpen benoemden in het Chichewa, de plaatselijke taal, om ze aan te duiden en zo leerde ik hun de Engelse taal. Dat viel blijkbaar in de smaak, want spontaan gebruikten ze de woordjes als ze iets tegenkwamen dat ze al kenden. Iedereen werd hier wijzer door: ik probeerde Chichewa en zij leerden Engels. Soms was het wel een probleempje om ze ’s avonds weer naar huis te krijgen. Ze bleven maar aan het poortje staan en probeerden steeds onze aandacht te trekken en te vragen. Dat was niet altijd even prettig en één keer hebben we ons kwaad gemaakt. Of dat veel indruk maakte, weet ik niet en het is frustrerend. In gedachten weet je wel: pubers vind je op alle plaatsen in de wereld en morgen proberen we opnieuw. Met dat idee in ons achterhoofd gingen we iedere avond onder ons muskietennet om de volgende dag weer met frisse moed te beginnen.
 

Bedeling van voedselpakketten en kledij

Voetbalwedstrijd

Speeltoestellen op Kondwani School
 
We zaten eens zonder elektriciteit, dus dat betekende geen licht ’s avonds en geen koffie. Wat moet een mens dan doen? We maakten het gezellig door alle kaarsjes die we hadden aan te steken en er een “Candlelight Supper” alla Hyacint Bucket van te maken en uit pure armoede een flesje bier te halen in het plaatselijke cafeetje… romantisch… 
Toen onze Mattiya kwam, was dat de reddende engel; hij maakt het houtvuurtje aan en bracht een pannetje water aan de kook en zette koffie op grootmoeders wijze. Wij hadden als dessert toch nog ons bakje troost. Dank je Mattiya!!!

Soms speelden we ook eens de toerist, de boog kan niet altijd gespannen staan.
Omdat op zondag onze Nema een vrije dag heeft, en wij geen zin hadden om zelf te koken, besloten we om een wandeling te maken naar Ulysa Bay, een lodge waar je lekker kan eten met het zicht op het meer.
Zoals altijd waren we omringd door kinderen. Geleidelijk aan verlieten ze één voor één de groep en schoten er nog twee jongens over. Omdat Lucy het niet over haar hart kon krijgen om ze aan de kant te laten staan, overtuigde ze de eigenaar om de jongens binnen te laten. Normaal gezien mogen er geen zwarte kinderen binnen. Die boys hadden de zondag van hun leven. Ze kregen elk een bordje frietjes met mayonaise en ketchup en een glas Fanta. Stil zaten ze aan tafel en van uit hun ooghoeken keken ze hoe wij mes en vork hanteerden. Ik denk dat die kinderen nog nooit uit een bord en met mes en vork gegeten hadden. Het was schattig om zien hoe beleefd ze waren.
Op een zondag gingen we naar de frituur in de straat. Een oude metalen gootsteen, gevuld met olie doet dienst als frietketel. Daaronder wordt vuurtje gestookt en maat voor de frieten is een bodem van een plastiek fles. De frietjes worden verpakt in een plastiek zakje en de tomaten en geraspte witte kook worden er bovenop gelegd. Ten slotte wordt er nog een schepje olie over gegoten en het zakje wordt dichtgeknoopt. Die olie hebben we toch maar geweigerd, maar voor de rest smaakte alles prima. We waren op Likoma en we pasten ons aan.
We bezochten kinderen thuis, onder andere Boston, het kindje van mijn broer. We wisten het dorpje waar hij woonde en onderweg kwamen we gelukkig Andrea tegen, die ons verder toonde waar het was. Zonder zijn hulp zouden we het nooit gevonden hebben. Bij het huisje van de jongen en zijn mama zagen we met eigen ogen dat hulp en sponsoring hier echt op zijn plaats was.
Er zijn zovele momenten waarop je iemand gelukkig kan maken en je daarbij zelf een goed gevoel hebt. Op een namiddag hebben we een voetbalwedstrijd georganiseerd. We beloofden aan de jongens die altijd rond Lucy hingen dat we een match gingen spelen. Zij zouden op zoek te gaan naar genoeg spelertjes om twee volledige ploegen te maken. Wij zorgden voor rugnummers in twee verschillende kleuren, een beker en medailles voor de winnaars en snoepjes voor de verliezers. De volgende dag stonden ze op de afgesproken tijd met de twee teams aan het huisje en met onze uitrusting trokken we naar het voetbalveldje in de buurt. Met vier verdorde maïsstengels werden de goals gemaakt, de rugnummers werden opgespeld voor de ploeg Jalo en de ploeg Mbamba en zoals in ’t echt gaven de kapiteins nog goede raad aan hun team. Er werd getost en het spel begon, wij en de meisjes uit de buurt supporterden. Als er gescoord werd, klonk er algemeen gejuich en met de armen in de lucht liepen de spelertjes over het plein. De einduitslag was MAMBA 2 – JALO 3. Na de officiële huldiging met de beker en de medailles moesten de foto’s genomen worden, waarna de uitdeling van de zakjes chips begon. Dit werd een chaos van jewelste want er discipline in krijgen is onmogelijk. Sommigen gingen met elkaar op de vuist en we moesten ze echt uit elkaar halen... juist zoals in ’t echt J. De uitslag hing ik aan het poortje van ons terras, zodat iedereen kon zien wie de winnaars waren. De jongens hadden een fijne namiddag en wij beleefden er even veel pret aan.
We deelden ook voedselpakketten uit aan de allerarmsten op het eiland: de strandbewoners en daklozen, de oude mensen, gehandicapten en alleenstaande moeders met kindjes. In de plaatselijke winkeltjes kochten we suiker, bonen, rijst, zout, melkpoeder en zeep. We maakten daar een pakketje van en John deelde de briefjes uit met de uitnodiging om naar het Belgian House te komen. Als de mensen hun zak in ontvangst namen, staken we er nog een kledingstuk bij. Toen we merkten dat we nog kledij te kort gingen hebben, zijn we gaan zoeken in onze eigen bagage of er nog iets bij zat dat we konden missen en dat de mensen konden gebruiken. Dat was weer zo een voormiddag vol emoties en dankbaarheid.
Omdat we genoeg geld meehadden, besloten we de kleuters van de schooltjes eens te verwennen met een extraatje. Bij de plaatselijke handelaars bestelden we voor elk kindje een zakje chips en een lolly. Op het onverwacht kwamen we op school met onze zakken en speelden we voor Sinterklaas. Zelfs de leerkrachten konden hun ogen niet geloven en namen even gretig alles aan. Het doet zo’n goed als je die verwachtende kinderoogjes ziet, open handjes en een schuchtere “Zikomo” als je de snoepjes in die handjes legt. Als dankjewel werd er voor ons dan een liedje gezongen of een dansje gemaakt. Bij die onverwachte bezoekjes konden we ook zien dat de matten die we gegeven hadden goed van pas kwamen. Nu zaten de kindjes niet meer rechtstreeks op de vloer.
John schreef hiervoor een persoonlijke brief met woorden van dankbaarheid aan de leerlingen en personeel van Sint Teresia Eksaarde. Deze brief nam ik mee om hem dan zelf af te geven, samen met de foto’s die we hadden. Ook hier in België zag ik blije gezichten: de leerlingen wisten waarvoor ze gewandeld en gefietst hadden.
Met dat geld sponsorden we ook Emmanuel, het schoolhoofd van Kondwani School, die speeltoestellen wil maken voor de kleuters van alle drie de schooltjes. De kindjes zijn hier in de hoogste hemel en komen zelfs vroeger naar school om te spelen.
Op een dag werden we uitgenodigd bij een buurvrouw “Grace”. Grace had voor ons een eenvoudig maaltijd met rijst, gekookte eitjes van haar kippen en tomatensaus klaargemaakt. Die vrouw was zo dankbaar om wat we voor haar deden. In haar kleine huisje had ze voor ons een plaatsje vrij gemaakt, zodat we rond een tafeltje in de zetel konden zitten. Die mensen zijn hier zo arm en toch geven ze nog weg. Dat is Afrika!
Lucy en ik woonden een begrafenis bij van een 12-jarige jongen die stierf aan die vreselijke ziekte Aids. De jongen was al positief van bij de geboorte en verloor zijn mama aan de ziekte toen hij 2 jaar oud was. Hij werd opgevoed door zijn grootmoeder, had steeds een probleem door het virus en moest uiteindelijk de strijd opgeven. Het ganse dorp was aanwezig: de mannen waren verzameld op het dorpspleintje en de vrouwen zaten rond het huis van de overledene. De ganse ceremonie met gezangen, het delen van mandazi’s en thee onder de aanwezigen en de teraardebestelling neemt bijna drie kwart van een dag in beslag. De dag nadien zijn wij terug gegaan om die oma een omslagje te geven met geld om te helpen bij de kosten van de begrafenis. Die mensen waren ons zo dankbaar, dat we er stil van werden.
 
Het moet niet altijd werken zijn, we hebben ons ook eens laten verwennen. Op een zondag kregen we de uitnodiging van de eigenaar van een nieuwe Lodge om bij hem te komen. Met een bootje kwam hij ons oppikken om dan naar de andere kant van het Malawimeer te varen. De sfeer zat er al goed in bij het instappen. De motor wilde niet starten, dus zat er niets anders op dan te peddelen en na verschillende pogingen… YEAH! Hij startte. De “Sunrise” Lodge wenkte ons als in de verte, maar om op het droge te komen moesten we eerst nog een aantal acrobatentoeren uithalen. Het steigertje was klein en omdat het meer wat wild was, wou het bootje niet stil blijven liggen. José was de eerste die voet aan wal zette, toen ze haar tweede been wou bijtrekken, gleed het bootje steeds verder van de steiger af en ze dreigde in het water te vallen. Gelukkig was de bootsman alert en gooide zich met zijn hele gewicht op José, zodat ze weer in de boot terecht kwam… anders had ze moeten zwemmen. Iedereen moest zo een stuntje doen om droog te blijven. Het aperitief namen we buiten met het zicht op Mozambique bij ondergaande zon. De maaltijd was héérlijk: vis die bereid was op vijf verschillende wijzen. Lekker ontspannen genoten we van de avond en de nacht op het water, want op de terugvaart wou het bootje weer niet starten en het scenario herhaalde zich. We dreven al peddelend op een glad meer met boven ons een sterrenhemel zoals je hem hier in België nooit kan zien. Prachtig gewoon!
Een maand lijkt lang, toch als je ganse dagen bezig bent gaat de tijd snel.  Tijdens ons verblijf groeide ook onze band met elkaar omdat je soms heftige dingen meemaakt die iedereen raakt tot in zijn ziel, als je in moeilijkere periodes alles kunt uitpraten, de spelletjes die je ’s avonds samen speelt, het respect dat je opbrengt voor elkaar en de privacy die elk van ons gegund werd. We lachten samen, deelden emoties, plezier en verdriet… we waren een super team!
Bedankt aan iedereen die het mogelijk maakte om deze reis naar ons geliefde Likoma te maken. Ik kijk al uit naar de volgende keer. Bye Likoma, we love you so!!
                                                                                                                            
Verslag: Rita Duym

   
   
   
   
   
 

 

 

 Website best te bekijken op resolutie 1024 x 768
VZW Project Malawi
- Neerbroek 36  - 2070 Zwijndrecht
Rekeningnr: KBC 733-0237697-77  - IBAN: BE80 7330 2376 9777 - BIC: KREDBEBB -
© Copyright 2007