English

  Hoofdpagina
  Het land Malawi
  Vrijwilligers gezocht 
  Nieuwsbrieven 
 
   Toekomst voor een kind
   Likoma
     Samalani weeshuis
     Madalitso
     Kondwani
     St Peters Hospital
  Projecten vasteland
     Mackenzie School (tot 2009)
     Baptist Clinic (tot 2009)
 
  Reisverslag 032017 Rita
  Reisverslag 042016 Rita
  Reisverslag 042015 Rita
  Reisverslag 092012 Nicole 
  Reisverslag 092012 Lien 
  Reisverslag 092012 Chris 
 
  Reisverslag 092011 
  Reisverslag 062011 
  Reisverslag 112010 
  Reisverslag 102009
  Reisverslag 072009
  Reisverslag 062009
  Reisverslag 032009
  Reisverslag 112008
  Reisverslag 052008
  Reisverslag 032008
  Reisverslag 112007
       Kanaal 50 - Film1 
       Kanaal 50 - Film2 
  Reisverslag 042007
  Reisverslag 092006
  Reisverslag 052006
  Reisverslag 092005
  Reisverslag 072005
  Reisverslag 042005
  Reisverslag 112004
 
  Uw ervaringen
  Voorbije Activiteiten
 





 

Frank en Rita op Likoma - April 2016

Het was de eerste keer dat wij met ons tweetjes alleen naar Malawi vertrokken. De zenuwen waren wel iets hoger gespannen dan de vorige jaren, omdat we alle beslissingen en verantwoordelijkheden zelf moesten nemen.
Wij vertrokken op 25 februari om voor vijf weken op Likoma te verblijven. Omdat er tijdens het regenseizoen geen vliegtuigverbinding is tussen het vasteland en het eiland, waren we verplicht om met de Ilala te gaan. Die onderneming verliep niet zonder slag of stoot, maar eens we op Likoma waren, werden we opgevangen door onze coördinator.


 
Als we op “ons” terrasje kwamen, voelden we ons meteen weer thuis. Iedereen wilde ons verwelkomen en zien, terwijl we na een reis van bijna drie dagen eigenlijk een beetje op ons gemak wilden bekomen. Ik vond het jammer, maar we moesten de mensen bijna buiten zetten omdat we voor het donker werd eerst toch nog wat eten moesten kopen om voor het avondmaal toch iets te hebben. We hadden de laatste keer een klein ontbijtje gehad op de Ilala.
We vonden het fijn om het huisje helemaal voor ons alleen te hebben en het voelde echt vertrouwd als we vóór het slapengaan onze muskietennetten moesten ontrollen. Het was alsof we hier nooit weg waren geweest.
De volgende dag werden we gewekt door het zonnetje. We pakten onze bagage uit en dachten ‘s middags iets te vinden om te eten. Alle winkeltjes waren echter gesloten omdat er een begrafenis was van een jong moedertje en het hele dorp ging er heen. Het was voor ons wel even slikken geweest toen John ons bij aankomst vertelde dat de “little mama” van ons eigen sponsorkindje Suzan overleden was en nu zelf een klein weesmeisje van amper 10 dagen oud achterliet.
Het kindje zal helaas haar mama nooit kennen en zo iets breekt mijn hart. Frank en ik zouden er de volgende dag heen gaan om er ons medeleven te tonen en een bijdrage te geven aan de familie Tunthuwa.

Yoranda, het kleine weesmeisje 
 
Wij hadden een volle agenda en we begonnen met de eerste dag van de volgende week een planning te maken en te regelen hoe en wanneer we al onze taken zouden doen.
De eerste prioriteit was om de sponsorkinderen en het personeel dat voor het project werkt uit te betalen.
Ondertussen waren onze namiddagen gevuld met de bezoekjes van mensen die een of ander probleem hadden en om een oplossing of hulp kwamen vragen. Hierbij konden we telkens beroep doen op John Chirwa, onze coördinator die we op elk moment van de dag konden roepen om ons bij te staan als tolk.
Er waren Belgische sponsors die een briefje of geschenkje meegegeven hadden en ook daarvoor waren namiddagen gereserveerd om die kinderen met hun mama of opvoeder te ontvangen en het geschenkje af te geven.
 
   

 
Frank was ook vooral bezig met elektrieker, schrijnwerker, schilder of loodgieter spelen. Gelukkig dat mijn ventje een “handy man” is, zodat hij alles kan oplossen. Hij heeft in de vijf weken dat wij er waren een nieuwe poort aan het huisje gemaakt, zodat ongenodigde gasten van ons terrasje zouden blijven.

Er waren nog vele andere karweien op te knappen. Frank, John en ik schilderden in Kondwani School de deuren van de klasjes, de stockroom, de toiletjes en het kantoor van de headmaster. Na de verfbeurt leek het schooltje weer als nieuw. Het ventje herstelde ook een binnenmuur van twee klasjes. Op Samalani herstelde hij het slot van een klasjesdeur en een lekkende waterkraan en op Madalitso School kregen ook de toiletdeuren en de keukenluiken een rood kleurtje.
 
   
Ook in het huisje kreeg de kamer waar onze voorzitster slaapt als ze op het eiland is, een nieuwe look: er werden drielegplantjes geplaatst, zodat ze er de knuffeltjes die ze meebrengt om te delen kan etaleren. Het kamertje oogt ook wat aantrekkelijker als het een beetje aangekleed is.
Met zijn draadloze boormachine trok hij richting meer om daar de vissers te helpen om herstellingen aan hun bootjes te doen. Kranen en afvoeren in het huisje waren dringend aan vervanging toe… “big and handy main did it…”
Met onze eigen Kwatcha’s hielpen we een gezinnetje hun dak te betalen, we sponsorden de studenten die schoolbenodigdheden nodig hadden, we betaalden een grote zak maïs voor een man die kwam vertellen dat zijn kinderen zaten te huilen van de honger. De maïs is door de droogte heel schaars en uitzonderlijk duur, daardoor kunnen vele mensen geen maïs meer kopen, terwijl dit juist het hoofdbestanddeel van hun dagelijkse voeding is.
De kinderen van de Belgische sponsors die we persoonlijk kenden wilden we gaan bezoeken in hun leefomgeving om een betere kijk te krijgen in de thuissituatie van die jongens of meisjes. Sommige momenten keken Frank en ik naar elkaar en fronsten onze wenkbrauwen, waardoor we elkaar verstonden en wisten… dit kind verdient echt wel sponsoring.
We trokken richting eind van het eiland naar Likoma Secundary School, een internaat voor middelbaar onderwijs, om daar de schoolgelden voor sommige studenten te betalen. We bezochten de materniteit en namen babykleertjes, knuffeltjes en dekentjes mee om aan de kersverse mama’s en hun baby’tjes een geschenkje te geven. We bezochten meermaals de schooltjes om polshoogte te nemen van de aanwezigheden van de kleutertjes en te kijken of alles er draait zoals het moet.
 
 
Eigenlijk waren we op stap van vroeg in de voormiddag tot een stukje in de namiddag. Hierdoor stapten we vele kilometers en verbeterden we onze conditie met de dag.
We berekenden dat we met het geld dat we over hadden van het Project een 340-tal mensen een voedselpakket konden geven. Deze keer kozen we voor 10kg maïs, 1kg suiker, 1kg bonen en thee. John en ik trokken op pad om te informeren naar de prijzen van de producten en te vergelijken. We bestelden en betaalden alles. Toen John op een morgen naar ons kwam en meldde dat hij een groot probleem had: er was geen maïs genoeg op Likoma. We moesten zelf naar het vasteland om daar de aankoop van 3.500 kg te doen. Ik stelde mijn wederhelft voor dat hij zou meegaan met John, maar hij zag het niet zitten om de financiën te regelen, dus vertrokken we dan maar ons drietjes met de Chambo naar Nkhata Bay. Omdat de boot rond 11.00u vertrekt, er bijna 4 uur over vaart en pas de volgende dag terugkeert, moest er een overnachting geregeld worden. Dit was geen probleem en er werd snel een kamer voor ons tweetjes gevonden. Dan moest er mais gekocht en verpakt worden. John had op voorhand al contact gehad met de handelaarster en wisten we direct welke richting we moesten gaan.
Het wegen en verpakken duurden langer dan voorzien, ondertussen werd het al behoorlijk donker. Als alle zakken klaar waren, kwam er een ander probleem piepen… 45 zware zakken moesten op de boot geraken. Eerst was het proberen een truck vinden om de vracht van het magazijn naar de haven te brengen. Terwijl de handelaarster op zoek ging naar vervoer, gingen John en ik naar een zaak een eindje verderop om een regenpijn en een glasraam te kopen. Frank ging bij de zakken maïs blijven. Als we terugkwamen, zagen we dat het baasje zichtbaar problemen had met voorbijgangers; ze beweerden dat hij een rijke blanke was die de mais opkocht en zou doorverkopen aan woekerprijzen. Blijkbaar wilden ze hem niet geloven als hij hun vertelde dat die maïs diende om uit te delen aan de arme mensen op Likoma Island. Toen John hem lastig maakte (in het Chichewa weliswaar), druipten ze af.  
Wij waren blij dat de truck er was en dat de zakken richting haventje konden gebracht worden.
Daar diende zich de volgende struikelbok aan: de zakken moesten op de boot geraken. Normaal gezien vaar de Chambo tot tegen de aanlegsteiger, maar die is ingestort en kan er dus geen schip aanmeren. De drie-en-een-halve ton maïs moest met een klein bootje, waar vijf zakken tegelijk op konden, aan boord gebracht worden. Gelukkig waren er twee gespierde, jonge mannen die het werk wilden doen. Op hun blote voeten liepen ze over de stenen op en af van de straat naar het kleine bootje, stapelden de zakken en voeren er mee naar de grote boot en terug. Die zakken moesten dan ook nog eens van het kleine bootje omhoog getild worden om zo te stapelen op de Chambo.
 
  Het was bijna 10.00u ’s avonds als de laatste zak op zijn plaats lag. Voor het avondeten waren we veel te laat. Omdat de terugvaart veel te vroeg was, konden we in de lodge ook nog geen ontbijt krijgen? Dat betekende dus vasten tot we terug op ons eilandje in ons eigen huisje waren.
De nacht was kort en de volgende morgen was het grijs en regenachtig. De boot zal al behoorlijk vol en we kregen een plaatsje boven bij de kapitein, dit is ook het hoogste punt van de boot. Het meer was nogal ruw en daardoor werd mijn schat zeeziek.
De goede raad van de kapitein kon niet meer helpen en de kleine scone die we toch konden bemachtigen moest er uit. Zelf had ik het vorig jaar al eens meegemaakt en ik vond een positie die voor mij was comfortabel was, daardoor blijf ik van dit ongemak gespaard. Wat waren we blij toen het stukje strand van Mbamba, waar we gingen aanmeren zichtbaar was. ’t Ventje heeft gezworen om nooit meer met de Chambo naar het vasteland te varen.
Nu kwam het er op aan de maïs veilig in het kamertje op het terras te krijgen. Gelukkig kent John veel mensen die hem willen helpen en hij vond twee kloeke mannen die de klus wilden klaren.
  
   
Frank en ik besloten om mee te gaan met John als die over het ganse eiland de bonnetjes voor een voedselpakket ging bedelen. Zo konden we met eigen ogen zien in welke armoedige omstandigheden sommige oude, mindervalide of zieke mensen moeten leven. Het zijn dan ook vooral vrouwen die in deze situatie verkeren, er waren oudjes die al een paar dagen geen eten gezien hadden. Sommige van die oude vrouwtjes nemen dan ook nog eens de zorg voor een paar kleinkinderen op zich en in een paar gevallen moeten de kleinkinderen voor hun oude, zieke grootmoeder zorgen. Dat te zien, doet wat met een gevoelig mens en het raakte ons dan ook heel diep. Wij konden het dan ook niet over ons hart krijgen om die mensen nog een week te laten wachten eer ze wat voedsel kregen en we gaven hen dan ook wat geld om nu al wat eten te kunnen kopen.
   
Het klaarmaken van de pakketten vroeg wel wat werk, maar wij zijn een ‘hecht’ team en raakten goed op tijd klaar. De dag van de voedselbedeling kregen we hulp van de oudste zoon van onze coördinator en zijn vriend. Een uur voor de aanvang zaten al mensen te wachten aan ons huisje om toch niet uit de boot te vallen… en hiervoor kwamen ze soms van héél ver. We hadden samen met John, de twee jongens een systeem gevonden om alles vlot te laten verlopen. Ons idee was dat we een ganse dag werk zouden gehad hebben en dat dit onmogelijk op één dag zou kunnen gebeuren. We werken onophoudelijk en groot was onze verbazing toen we bijna aan de laatste pakketten waren dat het nog maar 10.00u was.
We hebben hier dan ook 340 van de armste bewoners gelukkig kunnen maken met hen een tijdje van de honger te sparen. De mensen waren zo dankbaar dat sommigen nog eens wat later op de dag langskwamen om ons nog eens extra te bedanken. Je kunt geen mens vertellen hoe gelukkig je dan bent en uiteindelijk zijn we hier om de mensen te helpen en te proberen een betere toekomst te geven.
   
In de weekends probeerden we er ook wel eens een korte vakantieperiode in te lassen en gingen we bijvoorbeeld eens eten in één van de lodges die zich op het eiland bevinden. We stapten ook op zaterdagnamiddag naar Ulysa Bay en verbleven een nachtje in een lodge om de zonsondergang te bewonderen en lieten ons daar dan ‘s avonds verwennen met een lekker avondmaal en een ontbijtje op zondagmorgen en we genoten van de rust aan het meer. We vroegen aan John om met ons op een zondag in een motorbootje naar het andere eilandje Chizumulu te varen en daar een dagje door te brengen. We wandelden het eilandje rond en zagen dat het bijna een wonder is als de kinderen daar “Azungu’s” zien. Daar leerden we ‘lakeflys’ kennen… een fenomeen waar niemand een echte oorsprong van kent.
Ook Mango Drift, dat op een lange afstand van Mbamba ligt, vereerden we met een bezoekje en aten daar lekkere mushroom-pizza. Daar genoten we met onze voeten in het zand en van uit een luie zetel van het blauwe meer en het brede strand.
Die vijf weken waren voorbij gevlogen en we konden terugzien op een verblijf waarbij we heel hard gewerkt hebben, vriendschapsbanden aangehaald hebben en veel tevreden gezichten gezien hebben. We waren moe, maar zo gelukkig met de dingen die we gedaan hadden. We hadden een beetje schrik om met twee ‘alleen’ te gaan, maar het is prima meegevallen.
We danken José Jacobs, onze voorzitster, die ons haar vertrouwen gaf en morele steun gaf via de sociale media.
We weten nu al… volgend jaar gaan we zeker terug, we kunnen nu al bijna niet wachten. Zeker na de berichten die nu op radio en in kranten verschijnen: “ER HEERST HONGERSNOOD IN MALAWI”. Hoe graag zouden we de bevolking op Likoma, en zeker “onze kindjes” willen helpen.

Verslag: RITA DUYM - April 2016 

   
   
   
   
   
 

 

 

 Website best te bekijken op resolutie 1024 x 768
VZW Project Malawi
- Neerbroek 36  - 2070 Zwijndrecht
Rekeningnr: KBC 733-0237697-77  - IBAN: BE80 7330 2376 9777 - BIC: KREDBEBB -
© Copyright 2007